Circuitrijden tips om zo je rijtechniek te verbeteren

Inhoudsopgave

20 rijtechniek motorrijden tips
De motor en zijn vering

Luchtkamer
Rijtechniek en circuitrijden tips
 
20 rijtechniek motorrijden tips
- Ga eerst verzitten met 1 bil naast het zadel en daarna pas remmen. Ook in een chicane eerst verzitten en daarna sturen.
- Onthou waar je begint met remmen
- Gas dicht en gelijk de voorrem erbij pakken
- Hou je ellebogen laag tijdens het remmen
- Klem met je knieën om de tank
- Op tijd terugschakelen en dus remmen op de motor
- Tijdens het insturen laat je laatste stukje van de koppeling en voorrem los en steek je je knie uit
- Snel de motor naar hellingshoek dwingen door bij het insturen de binnenste clipon van je AF te duwen.
- Motor snel uit hellingshoek halen doe je door de buitenste clipon van je af te duwen.
- Als motor in hellingshoek is de kracht van je armen af en kracht naar de benen dus druk op de steppen en beetje gas zodat je snelheid houdt.
- Ga er zover naast hangen met je bovenlichaam zodat je het gevoel hebt tussen de motor en de grond te “zweven”
- Kijk altijd ver vooruit!!
- In de bocht zoveel mogelijk druk naar de buitenste step.
- Hoe snel het gas opendraaien de bocht uit? Zeg 21, 22 en 23 achter elkaar terwijl je het gas verder opendraait.
- Ook bij het uitacceleren stuur losjes vast en kracht op de steppen.
- Je kan de motor sneller omgooien in een chicane door een beetje gas te geven.
- Volgorde omgooien chicane: beetje gas erbij als het kan, verzitten, binnenste voet verzetten, iets minder gas, motor inleggen, beetje gas erbij en tegelijk buitenste voet goed zetten.
- Buitenste step zit in een bocht net voor de hak van de motorlaars.
- Binnenste step zit in een bocht bij de teen.
- Kleding: stel je helm qua hoogte zo af dat je ogen in het midden van je vizier zit. Anders bovenin helm iets uitvullen. 
- Stuur de bochten vanaf de witte lijn in en snijd de bochten mooi aan dus met de knie over de curbstones. Maak de baan dus zo breed mogelijk.

Circuitrijden

Circuit training motor TT circuit Assen. Circuitdag Direct inschrijven 

De motor en zijn vering.
Zowel op de openbare weg als op het circuit is een degelijke vering erg belangrijk. Op straat zijn wat meer hobbels waardoor de vering iets soepeler mag staan. En op straat zal de bochtensnelheid lager zijn waardoor de vering minder zal in veren en je dus met lichtere (standaard) veren kan rijden.
Veel motorrijders laten jaarlijks de olie in hun motorblok verversen maar vergeten het onderhoud aan de voorvork en achtershock. Vooral bij de motorfietsen van 5 jaar en ouder begint dit echt een probleem te worden. Je vering slijt ook nog eens waardoor na een aantal jaren sterk is aan te bevelen om een onderhoud/revisie en tegelijkertijd een optimalisatie uit te laten voeren door een veerspecialist. Veerspecialisten zitten verspreid over heel Nederland. Robin Duyzers van Front Row Components is op vrijwel alle circuitdagen van Racecracks aanwezig voor het afstellen van de vering en het nodige advies qua onderhoud van de vering. Als Robin er niet is helpt Ferry van Rijn de deelnemers met het afstellen en advies van hun vering.
Hoe harder je rijdt hoe beter je vering op jouw gewicht, snelheid, zitpositie en rijstijl afgesteld moet worden. Snelle rijders (<1.50min Assen) vervangen van hun splinternieuwe motor meestal meteen de vering. Hoewel de meeste rijders prima uit de voeten kunnen met een optimalisatie van hun standaard vering. Het is namelijk onzinnig om veel geld uit te geven voor de beste vering terwijl je dit (nog) niet nodig hebt. Laat je materiaal altijd meegroeien met je rondetijden. Begin dus met onderhoud + revisie aan je vering, de juiste zwaarte veren, luchtkamer aanpassen en verbetering van het chimpakket. Hieronder een uitleg wat voor invloed elke aanpassing heeft.
Zwaarte veren De veren dragen de motor en zijn rijder. Veel motoren zijn standaard uitgerust met veren die berekend zijn op rijders van 70 kilo en dat is voor de meesten veel te licht. Zeker als je harder gaat rijden op het circuit en door de bochtensnelheid de voor en achtervering dieper zal inveren met wijd lopen als gevolg en geen marge in je veerweg bij een hobbel.
 
Luchtkamer Hoe groot de luchtkamer (hoeveelheid olie aldus oliehoogte) in de voorvork is bepaald hoe progressief de voorvork is. Je moet zoveel mogelijk van je totale veerweg gebruiken. De verhalen dat je 1cm van je voorvering MOET overhouden is onjuist. Als je geen problemen hebt met remmen of insturen hoef  je niet de instellingen van de voorvork te veranderen om aan die 1cm te komen. Wel is het goed om een tirewrap om 1 vorkpoot te doen zodat je kan zien hoever je vork in veert. Mocht je voorvering helemaal doorslaan en je hebt hier tijdens het remmen echt last van (trillen/bonken) en je motor stuurt voor de rest goed dan kan je het beste iets olie in de voorvork erbij te doen. Dit is een redelijk makkelijk klusje en als tip wil ik meegeven: pak een plastic koffiebekertje en doe daar 10mm geschikte vorkolie in en gooi dit per poot erbij. Hierdoor is je luchtkamer ongeveer 10mm kleiner en dus je oliehoogte ongeveer 10mm hoger. Ga dan weer rijden en test dit uit. Soms moet je deze stap herhalen. Mocht je echt 20mm of meer niet benutten van je voorvork en voelt je voorkant te hard aan en komt de achterkant te snel los tijdens het remmen dan kan je het beste wat olie uit de voorvork halen door eruit te zuigen met een spuit die je bij de apotheek kan kopen. Daar heb ik goede ervaringen mee. 
Chimpakket De snelheid en gedrag van de ingaande en uitgaande beweging van je veren wordt bepaald door de olie in je voorvork en achtershock, deze olie stroomt door tal van gaatjes en ringetjes die op elkaar liggen. Al deze verschillende ringetjes samen in bepaalde opbouw en volgorde bepalen hoe snel de olie er doorheen kan stromen. Hierdoor bepaald de veerspecialist het gedrag van de in en uitverende beweging. Daarnaast kan je zelf deze instelling aanpassen door te draaien aan de stelknoppen voor de in en uitgaande demping. Bij veel standaard motoren en dus vering is het stelbereik niet toereikend genoeg waardoor een veerspecialist het chimpakket moet aanpassen.
De ingaande demping zorgt ervoor dat bijvoorbeeld bij het aangrijpen van de voorrem de vork trager in veert en ook vooral bij het omgooien van de motor in een chicane.
Uitgaande demping zorgt voor een optimalisatie in de uitveersnelheid van de voor of achtervering. Anders zou de vering veel te snel uitveren met nadeinen als gevolg.
Als je de stelknoppen van de demping dicht draait (met de klok mee) kan de olie er trager doorheen stromen waardoor de vering trager in veert (ingaande demping/compressie) en trager uit veert (uitgaande demping/rebound)
Afsluiting: zorg dus voor een goede balans in je motor door de voor en achtervering op jou te laten afstellen. Mocht je een motor van een snellere rijder overnemen dan betekend dit niet dat zijn instellingen ook voor jou werken. Ga er eerst mee rijden en pas daarna de vering aan als dit nodig is. Wat wel altijd heel goed is aan een standaard motor is de originele rijhoogtes. Dus hoever je voorvork is doorgestoken in de kroonplaat en hoe lang je achtershockbreker is. Veel coureurs wijken te ver af van de originele hoogtes en compenseren dit door bijvoorbeeld te harde voorveren en een te zachte achterveer.
Stuurt je motor echt slecht? Zet dan je geometrie op de standaard hoogtes en ga daarna verder met je zwaarte veren, luchtkamer en demping. Dat is de juiste volgorde. HK Suspension verkoopt een verenpers waarmee je de veer uit de achtershockbreker kan halen. 
 
Rijtechniek en circuitrijden tips
Gebruik voor het verzitten je benen en niet je armen en stuur. Je mag alleen kracht met je armen uitoefenen tijdens het remmen en insturen van de bocht. Tijdens het (in)sturen mag je niet verzitten omdat je motor op dat moment behoefte heeft aan stabiliteit. Ga verzitten met één bil naast het zadel voordat je begint met remmen. Snel insturen doet u door tegen te sturen. Na het insturen, als de motor in de juiste hellingshoek is, geef je een beetje gas om de ketting strak te houden en om snelheid te behouden. Op datzelfde moment geef je met je benen druk op de stepjes, vooral het stepje aan de buitenzijde van de bocht. Dus in een rechterbocht is dat de linker step. Je ontspant je armen en handen en zoekt met je arm steun op de tank of op de knie, net wat voor jou lekker aanvoelt. Je draait de bocht door en je begint vloeiend gas te geven op het moment dat je denkt snelheid te kunnen maken en tegelijkertijd de ideale lijn kan blijven volgen. Vanaf het moment van uitacceleren laat je de motor van de binnenkant naar de buitenkant van de baan lopen. Ook bij het uitkomen van de bocht leun je zo min mogelijk op het stuur en oefen je vooral druk uit op de stepjes. Op het rechte stuk kan je even je rust pakken door goed te gaan zitten en je op te maken voor het rempunt en de volgende bochten. Verbeter je motor rijtechniek door dit te gaan oefenen en eigen te maken.